Geboren ben ik in Deurne in 1962. Daar heb ik best een heel fijne jeugd gehad met lieve ouders en een jongere broer. Het was in mijn jongste jaren een groot avontuur omdat er nog veel ruimte was om te spelen op het platteland dat niet ver weg was. Mijn grootouders hadden een boerderij en daar kwamen we vaak. Dat was natuurlijk helemaal een klein paradijs op aarde. Later moest ik naar school en gegeven het katholieke dorp was daar sprake van een zekere strengheid. Niets voor mij bleek al snel. Ik speelde graag, had een ongebreidelde fantasie plus een grote nieuwsgierigheid en las veel. Als puber wist ik niet precies hoe welke klepel in welke klok hing, en met al mijn ‘levensvragen’ kon ik niet goed terecht bij leeftijdsgenoten. In een open vrijstaatje (een gekraakte boerderij) binnen het dorp kwam ik allerlei hippies, alternatievelingen en ook rockliefhebbers tegen. Die hadden zo hun eigen mening over de wereld. Hun open directheid en sociale gevoel sprak me enorm aan en ik was daar diverse jaren ‘kind’ aan huis .
Na de scholen doorlopen te hebben en terecht te zijn gekomen in de diepe crisis van de jaren 80 verhuisde ik, min of meer toevallig, ergens in 1983 naar Arnhem. Daar kwam ik al vrij snel terecht in de alternatieve scene. Kraakpanden waren er toen nog genoeg en ik was er al snel te vinden.
Mijn interesse in muziek nam over de jaren flink toe en werd behoorlijk gevarieerd, al bleef het altijd – redelijk alternatief. Dit is misschien goed te zien in mijn Spotify kanaal met veel verschillende afspeellijsten. Ook is er nog mijn Bandcamp kanaal. Het Discogs account dat ik heb moet ik nog helemaal up-to-date maken, dan kun je zien wat ik aan lp’s en cd’s heb. Vooralsnog kom ik daar waarschijnlijk echter niet aan toe.
Een andere bezigheid van me is gitaar spelen en pas de laatste jaren ben ik daar wat fanatieker in geworden. Het gaat nu best lekker, al lukt tegelijkertijd zingen nog steeds niet (wat misschien ook maar beter is). Ik wil binnenkort mijn eerste opnames gaan maken en kijken of ik daar iets leuks van kan maken. Als dat lukt zal ik het hier ook plaatsen.
Wat betreft de pagina over Oosterse wijsheden kan ik zeggen dat mijn interesse in Oosterse religies lang teruggaat. Zoals de Daoïst geloof ik niet in goden, en als atheïst geloof ik ook niet in een eeuwige ziel. Zoals Hume al zei “Onze geest is slechts ‘een toneel waarop percepties verschijnen en verdwijnen.” Ik zie wel een onderlinge verbondenheid in de wereld, waarin zeker het levende een grote interconnectie heeft, misschien kan dat bezieling genoemd worden of het ‘spirituele’ in de wereld.
Het Oosterse concept van qi hangt hiermee samen, want dat zou een met alles verbonden energie zijn. Elk levend wezen beschikt erover en kan, mits goede training hiermee werken, al is dat iets waarvan zelfs Ma Jiangbao, toch niet de minste Taijiquan grootmeester, al zei “richt je aandacht niet op qi, want zodra je dat doet is het weg”. Waarmee hij bedoelde te zeggen dat het beter is om niet eens te denken aan qi zodat deze vrij kan bewegen. Elke aandacht zorgt voor fixatie en blokkades en dan kan de energie niet vrij en spontaan (ziran) zijn.
Andere soorten van spirituele bezieling zijn voor mij twijfelachtig – vandaar die Westerse wijsheden pagina – maar het sprak me allemaal behoorlijk aan. En het ‘kung fu’ gedeelte van China was ook machtig interessant. Later leerde ik dat kung fu niets anders betekent dan ‘iets goed kunnen’ dus je kon ook kung fu bereiken in aardappel schillen, maar dat terzijde.
Mijn interesse in de Oosterse wijsheid deed me ergens rond 1985 terechtkomen bij mijn eerste Taijiquan lerares. Dat bleek Shi Mei Lin te zijn, vijfvoudig kampioene vechtsporten (Wu Shu) van China. Na haar vertrek heb ik nog les gehad van Henri Herwijer en later werd het Bart Saris en Mark Rusman die lesgaven onder het toeziend oog van Grootmeester Ma Jiangbao (zoon van Taijiquan grootmeesters Wu Jinghua en Ma Yueliang) onze leraar.
Nu bevind ik me op een leeftijd waar fysieke gebreken aan de dag getreden zijn. Taijiquan kan ik na 40 jaar oefenen nog redelijk, maar niet meer zo vaak als ik zou willen. Een gitaarheld ga ik ook niet meer worden, maar zolang ik nog kan spelen en plezier heb, maakt me dat niks uit. Terugblikkend gaat een leven snel voorbij en ik had graag meer willen meemaken (tip: doe dat als je nog jong bent) maar ik ben er ook best tevreden mee. Oud en (nog steeds niet) wijs heeft ook wel wat.
Qibote.